Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MOERBEZIENBOOM.

geduurig niets dan zuchten, en fmeekte my om met u te verzoenen.

Ik wederftond zyne gebeden, niet uit onverzoenbaarheid, maar uit vrees dat gy tot geene verzoening geneigd zouit zyn. ■ Vergeef my, ik fpreek de taal van myn hart, en vlei nooit, ■—■

Wy hebben elkander van jongs af gekend. Gy

weet dat ik oploopend ben, ik, dat gy haatdraagend zyt. 1 ■ Ik weigerde dus gehoor te leenen aan zyne gebeden. — Endelyk zeide hy, dat zo ik geene poging wilde doen om met u te verzoenen, hy dan dit land verlaaten zoude, wyl hy zonder Gliceris hier niet kon blyven. —1— Zyn aart is ftandvastig te zyn, en zyn toon tekende onveran-

derlyke meening. Gy kent zeker de kragt der

liefde welke een Ouder zyn kind toedraagt. ■

De vrees dat hy zyn befluit volvoeren zou, overrede my om u te gaan fpreeken; ik kwam aan uwe. ftulp in het eigen oogenblik dat uwe Gliceris, met rood bekreetene oogen in buis zou treden, vraagde na u, en kreeg fnikkecde ten antwoord dat gy hier

waart. Ik was aangedaan over den toeltand

van het meisje, zy vreesde uwe komst, en ik overrede haar om met my herwaard te gaan. .— Zie daar hoe zy hier koomt.

ERGASTUS.

Schoon hepHt. — Maar wil ik u myne gedachten i gg«B? — Cy zyt een Hecht mensch.

PA'

Sluiten