is toegevoegd aan uw favorieten.

Codrus, of de grondlegging van het Atheensch gemeenebest; treurspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i?4 C O D R U Ss

Dien wreevlen zien gedraft en myne wraak voldaarr. 'k Gaf Cpdrus vry. Maar'kweet altoos iets voor te wenden Om hem te ftraffen, myn' gezworen eed te fchenden. 'k Mistrouw hetVolk nog, 't welk, In 't woeden onbepaald, Uit boosheid recht verfchaft.uit vroomheid veeltyds dwaalt. Dat Medon fpoedig fterv'. Dat hem myn wraak verllinde! Gaa! Codrus nadert my, verzeld van Elizinde.

VIERDE T O O N E E L.

ARTANDER, CODTTCT>, ELIZINDE. CODRUS.

Is 't waar, Tiran! zyn wy op uw bevel weêr vry? Hoe is uw trouw zo braaf, nu Medons keuze my Wil fpaaren? Waarom wilt ge ook nu uw woord nietbreeken? 'k Moet u gevaarlyk zyn. Ik kan Athene wreeken ; 'k Trotfeer u w' toorn; en, wat uw woede ook moog'bedaan, Myn dood alléén kan van dien argwaan u ontdaan: Nooit kunt gy veilig zyn, ten zygemydoet fneeven.

ARTANDER.

Heeft uw gelaatenheid zo fchielyk u begeeven ? Gy raast, 'k Heb Codrus hart dan zyne kalmte ontroofd?

ELIZINDE. En ik, ik zwicht voor't Lot! Wie had zulks ooit geloofd ? Myn moed is me op deez'dond ten éénemaal ontvlogen. Ik ween. Helaas! Natuur! hoe derkis uw vermogen ! Myn waarde Zooniwaartoe vervoert me uw keuze in 't end'? Tegen Artander. r. V, 1 h