is toegevoegd aan uw favorieten.

Codrus, of de grondlegging van het Atheensch gemeenebest; treurspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 03

Van't dierbaarst' wat ik heb, van Minnaaresfe en Moeder! Haast word myn ziel van 't vleesch,'twelk haar nog boeit, bevryd;

Myn ligchaam 'ftof en asch. 'k Zie reeds, van tyd tot tyd, Dees rampfpoedbaarende aardeontwyken aan myneoogen.

Tegen Cleanthes, die zich, benevens twee der Wachten , op het bevel van Artander gereed hield om , Medon weg te leiden.

Gy , leer hoe min de dood heeft op een' Held vermogen! Hy fterft niet; neen: hy ftreeft naar 't hooge ftargewelf. Kom, zie myn dood aan zo gelaaten als ikzelf! Zo gy my volgen wilt, hou dan uw' pligt in waarde: Hy, hy alléén fterft vry, die deugdzaam leefde op de aarde. Welaan...

PHILAÏDE, leunende, half bezweken, in den arm van Elizinde.

6 Medon!

MEDON) willende vertrekken, keert te rug en treed naar haar toe.

Ter zyde. Ach! Wees moedig, ó myn hart? Tegen Elizinde. Help haar!... Vaar wel!

Ter zyde in 't heengaan.

Dit is myn laatfte en wreedfte (mart. Uy vertrekt met Cleanthes en twee der Wachten; Philaïde, geheel in enmagt geraakende, word door Elizinde in eeny floel nedergezet.

A G T-