Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schets van het scheikundige

trap van koude tot ys ftolt, en by zekeren trap va» hitte in onzichtbaren damp vervliegt, lavoisier. acht het waarfchyplyk dat die Warmte eene op zich zelve beftaande zeer fyne veerkrachtige ftqf is , die zich met enig ligchaam verenigt, deszelfs delen uit elkander zet, en het dus uit den ftaat van vastheid tot dien van vloeibaarheid , en voorts vanluchtvormigheid , brengt.

Met deze oorzaak werkt eene twede te famen , namelyk de Drukking der gewone lucht of zogenaamde atmospheer, welker invloed by alle natuurlyke of door kunst nagevolgde verfchynfels en bewerkingen,' daar die invloed niet voorbedachtelyk uitgefloten is, moet in acht genomen worden. Het is deze drukking, welke te weeg brengt dat een ligchaam zich gedurend» enigen tyd in den ftaat van vloeibaarheid onthoudt; zo dezelve weggenomen wordt, gaat het ligchaam uit den ftaat van vastheid onmiddellyk tot dien van kichtvormigheid over. Ether , onder den klok eener luchtpomp geplaatst, vervliegt in lucht , zodra de lucht, die hem omgeeft, genoegfaam verdund is.

Het blykt klaar uit deze befchouwing, waarom wy fommige ligchamen byna altoos in den ftaat van vastheid, anderen in dien van vloeibaarheid, anderen eindelyk in dien van luchtvormigheid waarnemen. Zulks hangt enkel af van de zogenaamde temperatuur of graad van warmte , die in onzen dampkring plaats heeft. Ligchamen , die groter' graad van warmte nodig hebben om vloeibaar of luchtvormig te worden, dan gewoonlyk in den dampkring plaats heeft, zullen vast blyven ; zo als hetyzer: doch zy zullen vloeibaar worden, zodra men hun dien graad van warmte ge*, vso kan; >;o als het yzer by de fmelting, — Ligchamen ,

Sluiten