Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANSPRAAK

VAN

JONA WILLEM T R WATER.,

In de jaarlijkfche algemeene Vergaderinge van de Maatfchappije der Nederlandfche Letter' kunde te Leijden, den zz Aug. 1797.

TToe gaarne wenfchte ik Uwe aandacht, in deze onze bijeenkomfte, al ware het voor weinige oogenblikken, of aangenaam of eenigzins nuttig bezig te houden ! Dan , ik vreeze voor beide.

Zonder twijfel , zou het U , niet minder dan mij, zeer aangenaam zijn 3 indien ik , bij deze gelegenheid, bericht geven konde, dat een genoegzaam aantal verhandelingen , 't zij ter beantwoordinge van voorgeftelde vraagen, 't zij over andere onderwerpen naar de vrijwillige keuze der fchrijveren, federt de laatstgehoudene vergaderinge dezer Maatfchappije, ingekomen en met genoegen ontfangen waren.

Aangenaam zou het U , gelijk mij, zijn, zoo ik melden konde, dat dit Genootfchap niemand van zijne Leden, geduurende dit jaar, verloren hadt, of

door

Sluiten