Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de* VERTAALERS.

XXXl

■len en fcróphuleufe verhardingen der waterklieren '■yan Scirrhi of knoestgezwellen te onderfcheiden. Intusfchen zal men deeze beide ziekten beter van eikanderen kunnen onderkennen, wanneer men de gefeldheid' des lijders naaukeurig gade flaat. De fcrophuleufe kliervérhardingen gaan altoos gepaard met eene aanmerkelijke zagtheid van vel, met een vol en opgezetheid van weezen, en eene zeer teder en gevoeliggef el: — fcrophuleufe verhardingenverdwijnen fomtijds fchlelijk en komen naderhand op een andere plaats wederom te vomfchijn,, en dit ziet men nimmer in knoestgezwellen gebeuren : — op het uitwendig gevoel is 'er zeeker veel overeenkomst tusfchen deeze beide foorten. van kliervérhar dingen ; dan de knoestgezwellen zijn veel minder be weegbaar, daar de kropkliergezwellen'gewoonlijk zeer los onder de huid geplaatst zijn. —' Eindelijk zijn de fcirrhi veel harder op het uiterlijk gevoel dan de fcrophuleufe verhardingen, welke laatst en altoos zagter, min of meer elasticq en zeer zeldenpijnlijkzijn.

'Er is geene ziekte, waarmede men de fcrophula , wanneer zij in de klieren van den onderbuik gevestigd is, meer verwart, dan de wonnen De grootste oplettendheid word dikwijls vereischt om deeze ziektens wel te onderkennen. Veele toevallen zijn gemeen aan beide ziektens; doch in wormen is 'er een gedurige walging, een jeuking enfomtijds pijn rondsom d;n navel, vooral wanneer de ingewanden ledig zijn, en een loofing van fijmagtigeafgang,

welke

Sluiten