is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over de ziekte en ontaarding der watervaten en klieren, gewoonlijk struma of scrophula genoemd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLIERZIEKTE of SCROPHULA. *$

ren van de uiteinden* na het middenpunt des lighaams loopen: deeze hebben oneindig meer klapvliezen dan de aderen, en zijn voorzien van een groot getal tusfchenkomende klieren, die bijzondere naamen naar haaren verfchillenden loop en legging hebben; een groot getal derzelver zijn ons in de plaaten van Hewzon aangeteeJ kend,

«f| m groote takjes vereenigen, geduurende eenigen Ujd over de lengte van. den darm heen loopen en zig dan ,n het darmfcHeijl als een netwerk vereenigen, wanneer z,j door verfcheidene klieren loopen, die verder deeze chijl bewerken. Eindelijk komen dezelve alle te zamen in eetlus, die ter zijde der ruggeflreng gelegen is, die men ciflerna lumbaris noemd; hier komen de meeste watervaten des geheelen lighaams f zamen , die alle een wateragtig vogt voeren en hier mede de chijl nog verdunnen. Deeze buis klimt opwaards tot even boven het Jleutelbeen, waarna dezelve wederom zigomkromt, om zig in de linker onderfieutelbeens. eder te ontlasten, alwaar de chijl aanflonds na het hart gebragt en met het bloed vermengd word. De fijnere deelen der fpijzen zijn dus alleen gefchikt tot voeding van ons li,haam, de overige grovere deelen worden uitgeworpen.

°Men zal uit het geene wij gezegd hebben nu begr.jpen , „toe de natuur zulk een lang canaal gevormd hebbe , waar door de fpijze gaan moet, vooren al eer dezelve ka» opgeflorpt worden. Immers Was dit klein*, dan zoude er geen oppervlakte genoeg zijn, om de opjlnrpende vaten behoorlijk te doen werken. De natuur heeft aller wij slijk* gezorgd om in de kleinjle plaats de grootfle oppervlakte tn Itrmen, hierom h het darmcanaal, het welk in de enge

buiks-