Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C H )

i Het Eerfle Lid van myn gefielde is: „ dat liet gebruik van het Orgel zeer beftaanbaar. is met de Godsdienst-oeffening in de Christelyke Vergaderingen."

Als iemand zou willen flaande houden, dat het gebruik des Orgels daar mede onbeftaanbaar was , zou hy , naar myn inzien , deeze volgende drie dingen moeten kunnen bewyzen. i. Dat uit de eigene natuur van het gebruik des Orgels noodzaakelyk volgen moet, dat de aandacht daardoor afgetrokkenwordt van den nadruk der Godsdienflige woorden, welken men daar by zingen moet. 2. Dat door het liefelyk geluid des Orgels het hart verydeld wordt; en, 3. Dat, fchoon deeze twee verönderflelde gevolgen geene plaats hadden, evenwel het gebruik des Orgels flrydig is met den flaat van den Godsdienst onder het Euangelium.

Het komt my voor, dat deeze drie genoemde zwaarigheden wel op te losfen zyn; en dat iemand, die deeze drie genoemde gefteldens zou willen bewyzen , ecnen zeèr ztvaaren taak op zich zou ncemen.

Wat de twee eerstgenoemde dingen aanbelangt : deeze zouden met zeer weinige woorden te wederleggen zyn.

Voor-

Sluiten