is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de geneezing der inwendige ziekten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

VAN DE MAZELEN.

hoofdzaakelijk te richten naar de drie tijdperken. Deeze zijn de voigende. i.) De tijd der befmetting gaat van het begin der ziekte tot aan de uitbotting. 2 ) Het tijdperk der uitbotting begint met de uitbotting, en ftrekt zich uit tot op den tijd, dat de Mazelen beginnen aftefchilferen. 3.) Het derde tijdperk, met de zesden of zevenden dag beginnende , wanneer de Mazelen beginnen aftefchilferen, eindigt met den negenden of tienden dag, wanneer de vlakken verdweenen zijn.

In het eerfte tijdperk wordt, als de Mazelen goedaar tig zijn, en de lijder geen ongemak op de borst heeft, zelden iets anders vereischt, dan eene goede oppasfing. De zieke moet liggen in een ruim vertrek, waarin men altijd een zuivere lucht houdt, in dit vertrek moet niemand .komen , dan die tot de oppasfing vereischt wordt , en alle geraas moet vermijd worden. Hetzelve moet meer donker, dan helder, zijn, dewijl de oogen geen licht verdraagen kunnen'. Dewijl de Mazelen zoo ligt inllaan, moet alle togt vermijd worden. Tot fpijs geeft men niets anders, dan rijfte-haver - of gerften flijm met rozijnen gekookt, gekookte boomvruchten, waterfoepen, waarin hpinachie, Sellerij, Pieterfelie, Zuuring., gekookt zijn. De beste drajik is een dun Gerftenwater N°. x. met

ho~