Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

218 VAN DE GEHANGEN EN G EWUR CD E NV

middelen, welke bij drenkelingen N°. 6. befchreeven zijn, in den neus te blaazen. Zulks moet in het geheel niet gefchieden.

7. Als de lijder dan tekenen van leven geeft, dan moet men hem warme thee met citroenenfap, of azijn, cf een weinig wijn geeven , doch Hechts van tijd tot tijd eene .zeer geringe hoeveelheid.

8. Zonder eenig bedenken kan men hem ook een klijfteer van melk of gerftenwater met zout zetten.

9. Men laat verder aan een' Geneesheer over, welke middelen te pas komen, of eene. herhaalde aderlaating noodig of nuttig zij; die ook bepaalen moet, wat men tot verkwikking van den lijder geeven kunne.

' Van de middelen, ter redding van Cefiikten. .

Men heeft veele voorbeelden, dat fchadelijke' dampen dem mensch kunnen bedwelmen, en zelfs volkomen kunnen doen flikken. Dergelijke dampen zijn onder anderen in gewei-, ven, die in langen'tijd niet geopend zijn, in diepe kelders, in kelders, waarin veel gistend bier ligt, of jonge wijn, of Ook wel brandewijn. Hièrtoe behooren ook de^damp van kooien, van lampen, waarin olie of traan gebrand.

wordt,

Sluiten