Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gtf MONTONI,

waar is het dat eerlyke lieden, zoo wel als fëburkerj elkander aan het voorkomen kunnen kennen. — Eindelyk noemde ik uwen naam; hy hoorde dien nauwlyks, of kwam naar my toe, nam my by de hand, drukte dezelve, en zeide: „ gy zyt een eerlyk man, ik zie het „ aan uw gelaat."

ANNA.

Dan zeide hy juist als ik, Ludovico, toen ik u de eerfïemaal zag.

ludovico, haar de hand kusfehende. Ik bedank u, Anna.

LEO NOR A.

Vervolg, bid ik u.

LUDOVICO.

Wy kwamen vervolgens in gefprek, en om my, zoo wel als u, allen twyfföl te beneemen, Helde hy my dezen zegelring ter hand, dien hy my verzekerd heeft dar gy zult kennen.

leonora, den ring beziende.

Hét is het wapen myner familie! — Ludovico, vlieg weder naar hem toe, onderrigt hem van mynen toefiand, zeg hem dat de tiran my wil dwingen zyne hand aair te neetnen, dat hy de plegtigheid reeds op morgen bepaald heeft, en dat , zoo hy my niet, nog dezen dag, uit zyne handen red, het gedaan is met myn leven en mogelyk ook met het zyne.

ludovico.

Hy weet alles. — Onze maatregelen zyn genomen.

QZagi-

Sluiten