Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 DE EDELE HARTSTOGTEN,

d e Hofmeester. Ja wel, Lizette! Niemantzoude vrolyker zyn dan ik, zo wy deze plegtigheid over waren, en ik van myn lastig ampt van Huisbeftuurder ontflagen was. Het is dezen morgen reeds de twaalfde maal, dat ik geroepen worde; en onder deze twaalf maaien, ten miuften agt maal wegens den Lizette.

Verwondert u dat? Hebt gy dan den Graaf Ryd. baan niet leeren kennen, toen hy onlangshierwas, om zyne Bruid in ogenfchyn te neemen?

de Hofmeester. Neen, ik had toen juist myne bezigheden in den tuin.

Lizette.

Nu, dan moet ik u zeggen, dat de Heer Bruidegom van onze Freule, de grootlte paardengek in het gantfche land is : een mensen, die in al zyn leven niet anders doet , of denkt, dan ryden en draven, by halsbreken af. — En onze Mevrouw is waarlyk bezorgd, dat het huwelyk mislukken zoude, by aldien de Graaf by zyne aankomst, den Hal toevallig niet naar zyn zin zoude opgetooid vinden.

de Hofmeester.

Ik zou bynagelooven,dat'er zo iets achter ftak. Denk eens, Lizette ; behalve onze Vryheerlyke paarden, moest ik noch alle onze boeren paarden, myne twee bruine en des pastoors zwarte in den Vryheerlyken ftal brengen. Gelukkiglyk is 'er geen

plaats

Sluiten