Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L. ££

be Overste.

Nu, kort en goed. De Majoor fmeekt u vuurigJyk, dat gy ftandvastig in uwe liefde blyft; want hy gaf den moed noch niet verloren, ten eenigen tyde den uwen te worden.

Leonora.

Ydele, ongegronde hoop!

de Overste.

Wie weet het? Het beftaat alles in de windhonden. Zyn deze goed, dan vereert de Majoor die aan uw' vader. En gelooft gy, dat zulk een gefchenk geen indruk op het gemoed van uw' heer vader zal maaken? Gy kent hem niet, zo gy dit gelooft. En eens gefteld, dat de honden, de gewenschte uitwerking nietmogten te weeg brengen, dan is het echter der moeite wel waardig, eene

proeve te nemen. Neen, waarlyk, Freule!

gy kunt geenen beminnenswaardiger gemaal onder de zon vinden, dan den Majoor, daar hy geene beminnenswaardigere gemalin kan aantreffen, dan zyne lieve Leonora.

Lizette.

Zagt! ik zie de genadige vrouw komen. Leo nor a.

ó! Nu moet ik weder denverliefden fpeelen: dat is noch het zwaarfte van de gantfche onderneeming.

B 5 N5-

Sluiten