Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao De Onschuldige Echtgenote.

Martha. (baar fcbottdert ophalende)

Ja wel meetter.

T ij m l a n g.

ó! Dan is "t zeker den Heer zijn bediende geweeft, nu ben ik uit al mijn nood gered; 't is goed, Martha! dat je me te regt geholpen hebt, ik wil je nu ook bij de Mevrouw aandienen; maak maar dat je wat aangekleed bent, toe fchielijk.

VIERDE TONEEL.

T ij m l a n g, Jan.

T ij m l a n g. (neemt een blaadje met koffijgoed, en gaat met de muts onder den arm, fiaar de kamp' van den Heer van Dierwald)

Hoe ligt had ik daar een kwade naam kunnen krijgen , als of ik niet wilt, hoe het behoorde en betaamde! want die het eerfte belt, moet ook het eerfte bedient worden , 't mag een Heer of een Dame zijn, geen onderfcheid van perfoonen. (hij klopt zeer eerbiedig aan de deur, die door Jan geopent word.') Mijn lieve Heer Kamerdienaar! hier neem ik de vrijheid

Jan»

Sluiten