Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blijspel, in een Bedrijf. 237

het dit wezen (Terzijde ) Het is mij lief, dat hij zelf mij dezen voorflag doet (Zijne bltjdfchap wordt va>, tijd tot tijd merkbar er.)

Valerius, (tegen Charlotte?) Gij bezit alle de eigenfchappen, die 'er vereischt worden om uw toekomftigen man tot den gelukkigften van alle mannen te maken.

Charlotte. De altegroote lof, dien gij mij geeft, maakt mij befchaamd. Ik zal mij moeten verwijderen. Damon.

Neen, lieve Lotjel neen, gij moet hier blijven. De Heer Valerius zegt niet dan de waarheid. (Ter zijde.) Ik zou kunnen zeggen, dat mijne vrienden mij hiertoe overgehaald hebben.

Valerius. En indien zij nog heden de bruid wierd, kan ik niet zien, dat uwe diepe droefheid daaraan eenig beletfel zou toebrengen.

Damon.

Meent gij djt?

Valerius. Ja hier van ben ik volkomen verzekerd. Het is alleen gemaakte droefheid, die zich aan een zekeren tijd bindt: ware droefheid kan niet verminderen; zeven jaren zijn voor haar als één dag, en gevolglijk één dag als zeven jaren.

Da-

Sluiten