is toegevoegd aan uw favorieten.

De burgemeester, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 DE BURGEMEESTER,-

BLASDORF.

Ja , myne dochter, die u harrelyk bemint, en die vast gelooft, alleen met u gelukkig te kunnen leeven.

DE LIEUTENANT.

Dat zou zy; ja, waarachtig, dat zou zy.

BLASDORF.

Dit te beflisfen vertrouwt zy zichzelve niet toe; zy heeft het alleen aan my overgelaaten. Nog eens, heer lieutenant, daar ons gefprek het geluk van eene derde perfoon, die ons beiden, my als vader, u als minnaar, even dierbaar moet zyn, beflisfen zal, zo moet weèrzyds bedaardheid ons geleiden.

DE LIEUTENANT.

Heer burgemeester, uw toon brengt my geheel huiten myzelven. Zoud gy licht met my willen fchertlèn, verzoek ik...

BLASDORF.

Neen, waarachtig! nimmer was ik minder gefchikt tot fchertfen. Ik zei u zo even, wy zouden het geluk mynèr dochter beflisfen, en in zulk een geval komt, by een' vader,geene fchertste pas. Maar ik verzoek, neem plaats.

De lieutenant gaat zitten.

Gy zyt van adel, en ik weet wat eerbied ik uwer geboorte verfchuldigd ben. Ik ben maar uit bet , genacht van een' der edellïe regenten deezer vrye

ryks-