Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T O O IV £ E L 5 F E L, r?

veneer gaande.') Daar ftrat hy beneden, de fchoone ft >utert, en bewaakt de deur! Arme Jongen ! gy kent uw geluk niet. — Moet hy het kennen? — Ja! zegt het hart; neen! zegt het verftand. Zy hebben beide gelyk, en dat i* erg.

VIERDE T O O N E E L.

sidonia, hugo.

HUGO. (vrolyk en lévendig.)

Zyt gegroet, fchoone Sidonia! (haare hand met hevigheid kusfchende.) Wreede ! zo lang kondet gy u aan myne oogen en wenfchen ontrukken — maar (vertrouwelyk lagchende) aan myn hart niet!

sidonia.

Het bekoort my zelf in Modena terug te zyn! hugo.

Zou het niet! Menfchen en Goden hebben immers g:en zuiverer zaligheid, dan die zy uit den gelukftaat van anderen fcheppen! Ik bedank u dat gy weder gekomen zyt! _ Ach „ alles vertoonde hier raeds een' kouden winter, zedert dat Modena's zon Modena verlaaten had. De boomen bloeiden niet meer, en de vogelen klaagden Hechts. De menfchen hadden hunne vrolykheid verleerd. Alles floop zo koel, zo traag voord, en het algemeene leven verftyfde in de aderen der Natuur.

sidonia. <■

Gy fpreekt als waart gy een verrukt Dichter; genadige Heer! B HU"

Sluiten