Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR DE BURGERS. 25

Martha.

Ja mynheer! zy zyn te famen groot gebracht, hy was haar tot man belooft. Hoe zal men iemand niet minnen daar men de vrouw van weefen moet?

De Marquis.

Ja! gy zegt wel: hoe dit te beletten —— 't

is waar . dit valt zeer moeyelylc.

Martha.

Maar myn juffrouw bemind hem nu niet meer; en ik heb hem, van haarentwegen beduid, dat hy niet meer hier moeit komen.

De Marquis.

Maar! maar! dat is hard , dat is ontaard van haar gedaan, een minnaar dus om mynent wil weg

te zenden ■ Een jongeling, dien men beminr

ée , en die haar tot man beloof was ? foey! ■

En hy? hoe heeft hy dit opgenomen? hoe

fmaakte hem die boodfehap?

Martha.

Hy was wanhoopig.

De Marquis.

In waarheid, 't is om wanhoopig te worden. Ik deel in zyn verdriet. Maar gy had hem tot zyn vertroofting moeten zeggen, dat ik het was, een groot heer, de Marquis van Moncade , die hem zyn minnares ontroofde; dat zou hem tot reden gebracht hebben, op myn eer.

B 5 Mar*

Sluiten