is toegevoegd aan uw favorieten.

Het weeskind, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 83

JULIAAN.

\ Maak alles tegen den nacht gereed; ik zal, zonder van iemand affcheid te neemen, van hier gaan. Ik zal fomtyds brieven voor Adela aan u toezenden, die gy haar zult ter hand Hellen, en gy zult my de haare doen toekomen.

FRANCISCUS.

Gy hebt dan befloten?

JULIAAN.

Onherroepelyk.

FRANCISCUS.

Wel nu, gy zult vertrekken. Maar ik verwacht, op myne beurt, van u een' dienst, en uwe inl'ehikkelykheid zal u van den mynen verzekeren.

JULIAAN.

Verklaar u: gy kent my.

FRANCISCUS.

Ik ben oud; maar ik heb iets om niemant tot last te zyn. Het geen ik bezit is het myne: 't is de vrucht van myn' arbeid en van eene twintigjaarige fpaarzaamheid. Ik kan een' ongelukkig' vriend van nut zyn, wiens droefheid hem zal verhinderen op zyn onderhoud te denken. Juliaan, ik zal u volgen, en ik ben niet befcheiden dan op deeze voorwaarde. Myne vertroostingen zullen zo eenvouwdig zyn als ik ben; ik zal my van geen fpreuken bedienen , maar ik heb een goed hart, en gy zult naar zyne uitfpraak hooren.

JULIAAN.

Eerlyk en achtingwaaraig man!... En dit zyn de F 2 men-