Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 39

karel, bedroefd. Dit is noch zo zeker niet, goede Walder!

walder.

Als Roosje en gy zulks wenscht, ik en uwe moeder daartoe inwilligen , wat ontbreekt 'er dan noch aan ?

karel.

Noch iets.

walder.

En wat kan u dan daarin verhinderen ?

k a r el.

Myn ongeluk !

walder.

Uw ongeluk ! Waarlyk , Karei , gy zyt te bekJacgen .' Myne dochter denkt alleen om u, fpreekt alleen van u! Wanneer ik iemand pryze, zy komt terftond met u voor den dag. Kortom , gy zyt altoos de beste , de beminnelykfte. Uwe moeder heeft u zeer lief; ik mag u ook wel leiden , ik laat myne dochter haar' volkomen wil u te trouwen ; en daar ik thanskom om 't u te zeggen, fpreekt gy van ongeluk , en zucht! Seldrement ! gy moet my niet verftooren vriend! want anders zou ik boos worden!

K a r e l.

Dit wenschte ik niet! —• gy — zeide, Roosje wil my trouwen? 6 Hemel , mogt dit waar zynl

wa ld er.

Hoor , Karei! ik ben niet gewend te liegen, —■<• Wat my aangenaam van u is , dat is , .dat gy myne dochter begeert , niettegenftaande ik u veelmaal heb laateri merken , dat ik haar geen geld ten huwelyk geeven kan , omdat ik alles tot onderfteuning van myn' zoon, die in de ftad den koophandel leert, ten.

kos-

Sluiten