Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Woerder Dakpannen, van eene doffe blaauwe kleur, ziin zeer vermaard. Behalven de Stad Woerden, van welke wij straks een berigt zullen mededeelen, ontmoet men, in het Baljuwschap de Ambagtsheerlijkheden Bodegrave, Waarder, Barrewoudswaarder met Bekenes, Rietveld met de Bree, en Indijk; voorts, 't Oudeland en Tournoisveld, Snel en Middelland, Kromwijk en Bullewijk, Geestdorp met Breeveld.

Woerden, eene Stad, in het gemelde Baljuwschap, onmiddelijk aan den Rhijn gelegen, welke haar doorstroomt, en genoegzaam in twee even groote deelen scheidt. De rivier, gelijk wij, in het voorgaande Artikel, aanmerkten, dient tot eenen Trekvaart tusschen de Steden Utrecht en Leiden; van de eerste van welke Woerden drie en een half, en van de laatste vijf en een half uur af legt. Het Slot van Woerden, een zeer vermaard gestigt, moet, waarschijnlijk, als de eerste grondslag der Stad worden aangemerkt. De tijd van deszelfs stiftinge wordt, door de Schrijvers, vrij eenpaarig gesteld op het Jaar 1160. Zij noemen, als den stigter, Godefrius van rheenen , Bisschop van Utrecht. Spreekende van de beweegreden, die den Kerkvoogd, tot het aanleggen eener Vestinge in deezen oord zou bewoogen hebben, getuigen zjj, dat hij, thans overhoop leggende met zijne Stichtsche onderzaaten, dit als een dienstig middel beschouwde om hen in bedwang te houden. De bewaaring van het Slot vertrouwde de Bisschop aan een man van aanzien, onder den titel van Kastelein, of Slotvoogd; in dien van Heer verwandelde naderhand deeze titel. Van de Heeren van Woerden zullen wij, eerlang, gelegenheid vinden, een breeder verslag te doen. Kort naa de bouwing van het Slot, te weeten in den Jaare 1165, vinden wij zodanige Kasteleinen reeds vermeld. Gelijk de oorsprong van eene menigte Steden, in het aanleggen van dusdanige Sterkten, moet gezogt worden, zal men ook, hoogstwaarschijnlijk, wel haast, in den omtrek van het Kasteel, eenige Huizen gestigt hebben, die, vervolgens, het getal en aanzien van eene Stad verworven, en met Stedelijke Privilegien begiftigd wierden. Woerden op dat wij dit, in het voorbijgaan, aanteekenen, be

zat,

Sluiten