Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T O 'O N E E L S P E L. 4?

TWEEDE BEDRYF.

EERSTE T O O N E E L.

Het tooneel is als in het eerste bedryf. De goudbeurs ligt noch op den grond.

meinau, alleen, aan de tafel zittende.

Goud, het geen anders alles vermag , is by den geringften man te licht , wanneer liefde en eer daartegen in cle weegfchaal liggen. Waar ik my Wende , overal vol^t my de fchaduw myner verloren eer. Wie waardeert wie acht my ? geen mensch, geen redelyk man drukt my , warm en vrindelyk, de hand. Ieder groet, ieder handdruk vertoont medelyden omtrent my. Ik vorder achting van hen , welken myn lot onbekend zyn, en zy die het kennen, dragen my medelyden op, terwyl ik my aan deze tafel noch gelukkig moet noemen! Medelyden is vergift voor den man, die naar eer ftreeft, een drukkende last voor een' Herken, voor den zwakken alleen een zoete ilaapzang. Ik wil niet dat men my beklaag HBitter.~)o\ de menfehen zyn heerlyke fchepiels ï daar, waar zy niet dadelykkunnen moorden, geven zy,. met christelyk erbarmen, langzaam verteerende middelen.

TWEEDE TOONEEL.

meinau, richter.

richter, haastig.

Irïe'p my ! genadige heer ! myne vrouw is naar Rotheim... Ik kan haar noch aantreffen. Wat raad gy my?... Zal ik haar nazetten ? zal ik haar omarmen eh kusfehen, of met den voet treden ?

meinau.

Dit laatftc moet gy niet doen.

.RicH-

Sluiten