Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 32 )

gahfche tooneel heeft zij reeds de merkbaarftè pao. gingen gedaan, om zich te bedwingen.

Willem, die haar zagtelijk op het zoden, bankje, onder de roozen, neder zet —

' Thereze! dierbaar meisje!... Wat is dit!... — In tusfchen fchteten Caroline en adelaïde toe; doen alle mogelijke poogingen, om haar weder tot zich zelve te brengen, terwijl willem, aan haare voeten neder geknield, haare hand aan zijne lippen drukt, en deze met zijne traanen al fnikkende befproeit.

De Heer williams. Hoe... wat ... wat wil dit...

caroline.

Zie hier , mijn lieve Williams ! het vermogen , dat eene zuivere liefde op ongeöeffende, reine hartefi Leeft... Uw Willem bemint Thereze. Deze traanen verraden genoegzaam zijne tederheid, en aan mijn hart heeft dit bekoorelijk meisje mij dit heden zelve beleden. — Gij immers, mijn beste! zult u tegen eene zo onbefmette neiging geen zins verzetten.

De Heer williams.

De Hemel bewaare mij!... Nooit was ik immers wreed I

Caroline, haaren echtgenoot aan haaren boezem drukkende.

O! hier aan ken ik mijnen Williams, den man, dien eens mijn hart gekozen heeft, en wiens bezit geen wereld-rond...

Sluiten