Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 25

in dat boek? of: leg dat eenvouwige boek aan eene zijde! wie wil altoos lezen ? Och! ik wenschte dat zij maar in de Had gebleeven waren op hunne bals en partijen, op hunne asfemblées en wandelingen , en hadden elkander daar begluurd en gelasterd en bedrogen en verleid, — En heden al! — (den brief inziende.) Ach , dat is mij in 't geheel niet lief! en ik kan niet regt wijs uit dien brief worden, of-de reis hierheenen zoo eené zotternij , de luim van een oogenblik, of een plan van langen duur ware. Ik vreeze bijna voor het laatfie: en dan — goeden nagt eenzaamheid ! gij, die met uwe toverroede zo dikwerf rust in dit hart terug bragt! Goeden nagt, lecture! Nietsbeduidende gefprekken zullen u afwisfelen. Hier, waar de morgenzon zich alleen in mijne traanen fpiegelde, hier zullen jagtgeluid en hondengehuil u begroeten. Ach! alles wilde ik gaarne', verdraagen; maar indien nu de edele graavin mij bewijzen van haare toegenegenheid .zelfs van haare hoogachting, geeft, en ik alle oogenblikken voelen moet , dat ik dat niet ver. 'dien _ 6 hoe zal mijn geweten mij dan pijnigen! Of, — ik beeve voor het denkbeeld! — wanneer dit flot'nu eene verzamelplaats van gezelfchappen werde, onder welken 't lot zelf eenigen van mijne voormaalige bekenden vermengde! Ach! hoe ongelukkig is men, wanneer 'er Hechts twee oogsn in de waereld zijn, wier opüag men fchuwen moet.

B5 NE-

Sluiten