Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 De BELEGERING van HAERLEM.

hls thans geen Dwingeland wiens pooging ik beftry:

Natuur in al haar kracht Ach! welk een weerparty !

Doch moet ik voor't gevolg van zyn bedreiging vreezeu ? Zou Al vaas dappre Zoon zo wreed een monlter weezen ! Hoe ! is 't my niet bekend hoe fel zyn gramfchap woedt ? Ken ik zyn' afkeer niet, zyn' wrok op al myn bloed?

Daar is geen twyffel aan,het daal reeds opgeheven

Bloeddo'rltige! laat af, gy zult dien flag niet geeven: Laat af, betoom uw wraak of vrees myn razemy; Ik leef, ik nerf met haar, tot welk een' prys het zy. Waar ben ik ! welk een taal! 'k verlies me in myne ontroering.

Vergeef me, ó Vaderland! vergeef my die vervoering ! Myn ziel, hoe fel verfcheurd, weet wat 'haar pligt gebiedt: 'k Beraad my tusfehen u en myne Dochter niet: Maar moet ik, Hechts gewoon uw glori te bedoelen, U ziende in zulk een' nood, myn' eigen ramp gevoelen ? 'kZal u vergoeding doen : wees van myn' trouw voldaan : Wat zoude ik voor uw heil, voor uwen roem beflaan, Indien ik, gantsch vervrceemd van liefde en mededogen, Myn bloed vergieten zag met onverfchillige oogen? ö Gy, die in myn ziel die teedre ontroering baart, Gy, wellust van myn hart en al myn troost op aard', Myn Dochter !'k zal voor 't minst u deeze traanen geeven, Die liefde, zo volmaakt, blyv' de adem van myn leven : Zy neem' ,zo't mooglyk is, nog (leeds in krachten toe, Opdat ik aan myn' pligt een fchooner offer doe !

Hoe zal die wreede maar' uw groote ziel doorwonden, 6 Gy! die aan haar lot zo teder waart verbonden ! Manhafte Ripperda, wie blaast my krachten in, Hoe meld ik u een' flag zo doodlyk voor uw min? Reeds voel ik hoe de fmart uw hart vanéén zal ryten. Ik-zelf.,. maar blyf ik hier deeze oogenblikken flyten ? Kom, 't voorbeeld is van kracht waar eens de deugd gebiedt : (niet! Natuur, verfcheur myn ziel, maar krenk haar'grootheid Einde des Tweeden Bedryfs.

DER-

Sluiten