is toegevoegd aan uw favorieten.

Huig de Groot en Maria van Reigersbergen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARIA van REIGERSBERGEN. ïii

panden aan Vader de Groot , en zeg hem, dat ik hem eerstdaagsch zal komen zien ... troost den goeden ouden man, zo veel gij kunt, in het harde lot het geen zijne grijsheid overkomt. . .

Willem. Ik beloof u, Mevrouw! alles met de ftiptftc naauwkeurigheid te zullen bezorgen, en ik hoop dat ik eerlang met mijn goeden Meester uit 's Hage zal te rug

keeren in zegepraal te rug keeren.

Maria.

Ik help het u hoopen, maar de fnaaren zijn 'er niet na gefpannen. Hoe 't zij, dat zullen wij moeten afwachten, en daar liet zo verre gekomen is, de verlosfing der onfchuld aan den Hemel overlaaten... Willem (vertrekkende.')

Vaarwel Mevrouw! vaarwel Elsje ! (Elsje zucht zeer diep. . .)

Maria. Hoe zucht gij zo Elsje ?

Elsje.

Och Mevrouw! om mijne gedachte die ik daar had ... ik dacht, daar gaat nu die goede Willem ook zo heen, God weet, hoe gaauw of ze hem ook agter het Hot zetten...

Maria.

Elsje ! Elsje ! gij hebt met dien goeden Willem wel een zeer diep grievend medelijden ... wacht u,

kind!