Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARIA van REIGERSBERGEN. 233

vijanden , eiken keer als zij mij zagen , ftoffc tot nieuw gejuich geeven, daar zij nu met zeker gevoel van treurigheid mijne tot aan blijmoedigheid grenzende gerustheid befchouwen. Aan den anderen kant, Juffrouw Daatselaar , de menschlijke natuur is over het algemeen fchuw van ellenden, en zij is zelfs bang voor aangezigten, die ons dc treurige gefteldr heid der ziele verraaden; vooral vliedt zij aangezigten , die altijd als met een rouwfloers bekleed zijn — zelfs de beste vrienden fchuwen die, daar aanhoudende droefgeestigheid, hoe rechtmaatig ook, bij de meeften vcrveeling baart, cn iets bcfmcttelijks heeft.

J o ii a n n a.

Ik wensch u geluk met zulk eene gelukkige gecstgefleltcnis ... en uwe man is die mede Reeds zo opgeruimd ?

M a r i a.

In het geheel niet. Hij tilt aan een zaak, die maar één lood zwaar is, juist of dezelve tien pond weegt... Ik geloof nooit, dat men mij zo lang zou kunnen gevangen houden. Ik zou 'er buiten twijfel wat op waagen, dat ik ontfnapte.

J o h a n n a.

Maar hoe gevaarlijk zou dat zijn ?

M a r i a.

Gevaarlijk zeker maar om van dat ceuwig-

duurend gevangen zitten ontflagen te raaken , dat R 5 zou

Sluiten