Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S34 HUIG de GROOT en

zou nog al eenig gevaar waardig zijn... Ei zeg mij, wat klok luidt daar?..

J o h a n n a.

't Zal morgen hier jaarmarkt zijn ?

Maria (op een boenenden toon.)

Mogen dan alle ballingen hier binnenkomen? Zo ik mijn man dan inbragt zoudt gij hem wel in huis durven neemen?

J o h a n n a.

Ja wij zullen dat dan wel ftellen. Maria (tikte meesmuilende haar op de fchouder.)

Wat zijt gij een goede vrouw, immers weet gij wel, dat hij zo vast zit en wel bewaard, dat fchoon hij een vogel waare hij 'er niet uit zou kunnen vliegen.

J o ii a n n a.

Ik heb dat goed te beloven wilt gij zeggen, maar eilieve! Mevrouw! ik heb waarlijk geen denkbeeld hoe uw de Groot zulke lange dagen om krijgt...

M a r i a.

Ik kan zeer wel begrijpen, dat gij daar geen denkbeeld van hebt, en geloof mij, fomtijds zijn ons de dagen nog kort... Mijn man befteedt den voormiddag onafgebroken aan zijne letterbezigheden, op de kamer, daar toe gefchikt, en die tijd verveelt hem nimmer... Dikwerf als ik hem roep dat het tijd is om bet middagmaal te houden verbaast hij zich, dat het reeds zo laat is; onder den maaltijd

ver-

Sluiten