Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O " )

tot het welke de geheele gemeente, van tyd tot tyd, toetreedt. Myne gunftige vooringenomenheid voor de Tce is de eenige reden niet, waarom my dit gebruik niet tegcnftaat. "VVaut, hoewel ik 'er geen lust toe heb om mêe te dweepen, voor my wordt tog elke dweep ery eerwaardig, zo draa zy den mensch tot gezelligheid en het vrolyk genot van zyn beftaan opleidt. Maar de Hemhitttifche inrigting, die de ongehuuwde mannen en vrouwen, met eene kloosterlyke geurengheid , van eikanderen afzondert, kunt gy wel denken, dat met deeze myce gcaartheid niet zo wel overeenkomt. Ik geloof, cn myne eigene ondervinding geeft my gronds genoeg om vast te ftellen, dat men, in de wereld, nimmer beter in Maat is, om het kwaade en deszelfs aanvegtingen te weêrftaan, dan wanneer men het, met eene edele fierheid, ftoutmoedig te gemoet treedt : die 'er voor vlugt, is overwonnen. Wie ook zal ons daar voor inftaan, dat, in geval 'er ftryd ontftaat tusfchen neiging en den erkenden pligt, de zonden der verbeeldingkragt geen min herflelbaare en meer verwoestende gevolgen zullen hebben, dan 'er by mogelykheid kunnen voortkomen uit den omgang der beide fexen, als eene vrywillige eerbaarheid dezelve in toom houdt! Zyn 'er niet wellustige uitfpattingen der ziele, die ftraf-

baa-

Sluiten