Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 naamen dér heidens.

heen aangehaalde woord der Bulgaren, Djati, niets anders, dan deze zelfde benaaming.

Vindt men voorts bij herbelot, dat de Zigeuner CHeidens), en niet veeleer de Zinges, bewooners van Zingijlan, bij de Perfianen, Sia Hindou (zwarte Indianen) genoemd wierden (i !; dan verdient deze benaaming hier niet alleen gemeld te worden, maar zij zal ook nog, in een ander opzigt, ter gepaster tijd, als eene gewigtige omflandigheid moeten aangehaald worden. De Heidens zouden zig zclven Morre noemen, gelijk eenigen zeggen (2). Doch zonder rede. Morre is, zoo sulzer het wél heefc, geen volksnaam, maar een toenaam (s). Dit is zeker jammer; anders hadden zig de Heidens uit hoofde van dezen naam, even zo wel tot Amoriten laaten maaken, gelijk eenigen werkljjk hebben gedaan. Dat ze bij de laatere Grieken Athinganen genoemd zouden worden (4), fchijnt meer op eene averegtfe verwisfeling met een Christen -

COJOH. imman. BREItkopf Verfucb den Vrfprnrg der SpieU tarten — zu erfirfeben, I. Tb. S. 114. Leipz. 17S4. 4. Vergelijk rudigers neuest. Zuwacbs der — Sprachknnde. Si. I S 8" Letpz. ,782. en herbelot Biblhtheque Oriënt, op'het „'oord Zeng. Paris 1697. [T. m. p. 602. van den Haagfchen druk].

(2) mart. kelpius in natalib. Sa.von. Trnnfylvaniae, cap II. §. 14. not. c. — „ Ego occafione loei Procopii de belï. Van„ dal.— ubi Marufios quidam putant esfc Zingaros, obfervo ipfos „ vernacula fe appellare Morre: auditur etiam inter blatterones „ Amori, unde Erudito cmdam Amorritae vifi."

(3) StTLÏER Gefibicbte des tranfalpinifcben Daciens. ïter Band, S. 137. Wien 1781.

C4) „ Vagatur hinc inde genus quoddam impostorttm quos

M recente; Graeci Athinganos, nos Zigeunos appellamus." casp. *eucer de divinatione, pag. 160. fFittemb. 1580. 8.

Sluiten