Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aas VERSCHEIDENE GEDa gteN

en de naamen der dingen, door de wijze van uitdrukking eener zekere eigenfchap, waren aangeweezen. Ter vermeende ftaaving waar van, men dan mede volgen laat eene lijst van woorden.

Maar dat alles was nog niet genoeg: het was ook noodig, dat ze, bij hunne verfchijning onder de menfehen, iets mede bragten, om zig,bij hen gelieU. te maaken. Zilver pn goud, zegt wagenseil (i), hadden ze niet; waarom zij het eens wierden, om op hunne, van Mofes en David, geërfde kunst te roemen, te weeten de kunst van brand te blusfehen, of wel van huizen en gebouwen in het algemeen voor brand te kunnen bewaaren. Om eindelijk niets over te flaan, wat in hunne magt was, zo namen ze nog hun Chochmas Hajad te hulp, dat is, de kunst, om den menfehen uit de ftrcepen der hand hun lotgeval te voorfpellen; en nu was het Plan voltooid: „ Want, dit alles (zegt wagenseil) „ dus begreepen en afgefproken zijnde, zo kroo.„ pen, eindelijk, die arme Jooden, geheel zwart, „ongezien, geplukt ert gefchcurd, uit hunne „ hoeken, holen en gaten, en {telden de zaak ,, te werk, zo als zij onderling waren over„ een gekomen: welke, vervolgens, om dat men „ niet wist, hoe men hen anders zoude noemen, „ wegens het intrekken, Ziegeiner genoemd wicr„ den. . God gaf ook genade, dat ze van meêdo,, gende menfehen wierden aangenomen, en hier

„ en

O) Stumpf zegt evenwel: „ zij hadden veel goud en „ zilver."

Sluiten