Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 27 )

houdenis van een duurzaam beftaan zoo vast gehecht heeft. Geen beweeggrond dus fpreekt

men moet fterk genoeg zyn, om tegen het

voordeel optewegen , welk uit het ongeftoord genot van zinlyke bevrediging ontfpringt. Alleen uit hoofde van het gevaar, om den mensch in zyne eenvormige levenswyze te ftooren, kan het nimmer geoorlofd zyn, hem in nieuwe betrekkingen te verplaatzen, welken hy, zelfs om haare nieuwheid, haat. Maar hoe nu, wanneer iemand van oordeel was, dat, indien alles thands by het oude zyne bepaalde (trekking behoudt, de onevenredige betrekking weiharst tot eene hoogte moet ftygen, door welke de banden van den ftaat geweldig van een gereten zullen worden ? Hoe nu, wanneer deze ongeftoorde volharding in eenen ftaat van onvolkomene befchaaving, welke den mens.:h nader doet grenzen aan het dierlyke, dan aan dat doel, hetwelk hem in de volmaakbaarheid zyner verftandlyke vermogens is aangewezen; wanneer deze flaaperige, traage omloop eindlyk eene volftrektc onvatbaarheid uitwerkte voor volmaaking; wanneer die eene zoodanige verdooing te weeg bragt der zintuigen, die tot volmaaking dienen, dat het zintuiglyk zamenftel geene zedenlyke waarde meer erlangen, voor geene meerdere befchaaying vatbaar zyn, maar enkel tot dierlyke verrichtingen konde dienen? Dan ïndedaadkan een man,

die

Sluiten