Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 OVER DE HOEDANIGHEID llDK^U6n.

§• ïv.

De ftrijd tusfchen de magt des Stadhouders en der Staaten is onafgebroken geweest, en wij zijn thans bij den Aanvang van deezen ftrijd; er werd aan Prins maurits zitting en item in de gemeenfchaphjke beraadflagingen ontnomen; daardoor is het ftadhouderfchap allereerst van zijn ftreek gebragt; van dien tijd af aan, waren er twee magten in den Staat,die heimelijk tegen elkander arbeidden: eenige maaien hebben de Landsftaaten zo veel kracht bekomen, dat zij het ftadhouderfchap bijna geheel onderdrukten; zo als na den dood van willem ii en willem Hl, tot groote fchade voor de Republiek, gefchied is; menigmaalen was daar en tegen de magt der Stadhouders zo groot, dat zij het aanzien derLandsftaaten geheel verdonkerden: er heeft federt twee honderd jaaren een fteeds rijzen en daalen deezer,twee magfen in éénen Staat plaats gehad; men zag .beurtlings vergrootingen en verminderingen , afwisfelingen van fterken en zwakken; deeze fchadelijke afwisfelingen zouden niet gebeurd zijn, had men dei hoogfte magt, in plaats van te verdeelen , zoeken te veréénigen.

S- v.

Groot was de fchade, die uit deeze verwijderin-

Sluiten