is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederduitsche dichtkunde, eerste deel. Van de dichtmaat

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i*7

Ten 9. Twee volgende {Taande , of fleep;nde rijmklanken behaagen niec; als,

.... Kijken. .... Schoon.

.... Wijken. .... Fraai.

.... Daaden. .... Loon.

. . . , Laaden. .... DiïAAl.

Doch zo dc vaerzen van ongelijke voetmaat zijn, of voor den zang dienen, kunnen zij meer geduld worden; als dit volgende,

O Doesburg.' die mijn fliïïen geest Met eedle fpoorcn noopt; Wanneer gij fchroeit op Vondels leest, En uwe taaipen doopt, enz,

Ten 10. Het eerfte mag met het laatste half vaer» niet rijmen," gelijk dit volgende.

Of is het even zoet .... al wat «Damon doet?

Ten 11. Noch het eerste halfvaers met het vollerende eerste halfvaers; als,

De wraakzucht eisebt ^«Strijd: gij moet uw plicht volvoeren. Men vraagt u naar geen Nijd die uw. gemoed verraadt.

Ten 12. Noch het laatfte halfvaers met het eerfte van het volgende vaers ; als,

H 3 Doch