Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ESSEQUEBO. ' 475

November KÏ90, tot Commandeur aidaar weder aangefteld den Perfoon van Sarauel Berkman. Gelijk dan , wanneer de laatst, genoemde Samuel Beekman eenige tijd daar na was aflijvig geworden , en in deszelfs plaatfe tot provifionelen Commandeur in de Colonie benoemd Pierer van der Heiden Reesfen, het verzoek door dezen van der Heiden Reesfen gedaan, om in die qualireit geconfirmeerd te worden, bij de Vergadering van Thienen niet adeen eerst is gehouden in advies, maar dezelve mede door de genoemde Vergadering eerst provifionelijk zijnde aangefteld,» is de Prrefidiale Kamer Amfteldam verzocht, hier over een poinct van deliberatie in de befchrijving van de eerfte Vergadering van Thienen te maken , om over het voorfz. Coin» mandeurfchap van Esfequebo pofitive gedisponeerd en gerefolveerd te worden. En zulks wezende gefchied is, op den 4 Oftober 1710, bij de Vergadering van Thienen beftoten, den meergenoemden Pieter van der Heiden Reesfen abfolutiu dat emplooi te continueren.

„ Het is dan geene methode, federd weinige jaren in acht genomen, dat de Vergadering van Thienen den Commandeur op Esfequebo aanftelt, maar het zijn de maximes, te gelijk met deze tegenwoordige Compagnie zelve geëftabilleerd.

,, En wat nu aangaat de gevallen van het jaar 1719, zoo is het de waarheit dat de Kamer Zeeland op den 6 Decem. ber 1719, door hare Gecommitteerden in de Vergadering van Thienen heeft doen communiceren dat zij genoodzaakt waren geweest den Commandeur van de;' Heiden Reesfen, om zijne kwade conduites en gedrag uit den dienst van de Compagnie te moeten dimitteren ,• doch het is te gelijk waar, dat de gemelde dimisfie na voorgaande deliberatien wel is geappro» beerd, maar dat Bewindhebberen van de gezegde Kamer teffens zijn verzocht, dat, diergelijke gevallen weder voorkomende, daar af als dan of aan de Vergadering van Thienen of aan de Respeftive Kameren, bij infchrijvinge, alvorens Advies en Communicatie mogt worden gegeven, ten einde derzelver concurrentie en goedkeuring daar omtrent te kunnen hebben; blijkende bij het Extradt uit de Notulen van de meergemelde Vergadering. Voorts is het mede de waarheit, dat in Notulen van dezelve Vergadering onder, den datum van

12

Sluiten