Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ESSEQUEBO. 481

Propoinie, moet nu {trekken tot een zekere toetfe, waaraan den aart en de fourcen der gemoveerde klachten zijn te onderkennen ; want had de Kamer van Zeeland een waar en reëel belang in de privative Bezitting van ETequebo? Die Bezittingc is aangeboden onder geene andere Voorwaarden, dan door de reden en de natuur zelve worden gevorderd, maar het bijzonder interest van eenige weinige particulieren, dewelke direftelijk , in prejudicie van de Colonie, de Vaart en Handel op dezelve voor hun alleen verlangen, en die de vrijheit cn extenfie van de Trafiek en Navigatie derwaart ongaarn zien, masqueert en dekt zich met geleende namen, beoogende in het embrouilleren der zaken een aangenaam voordeel, waarom dan de Reprefentanten en verdere Bewindhebberen zich genoodzaakt vinden, tot flot van deze hunne ootmoedige Confideratien op het ernftigfte te verzoeken, dat van wegens uw Hoog Mogende bij de eerfte gelegenheit aan den Commandeur op Esfequebo mag worden aangefchreven en gelast om alle de Schepen, varende volgens de Reglementen van de Generale Westindifche Compagnie op Esfequebo en anm xe Rivieren te admitteren, zoo om te losfen als te laden, en aan geene Refolutien, (trijdende tegens deze uwer Hoog Mogend? bevelen, te defereren.

„ Waar mede verhopende ook aan de bovengemelde nadere ordres van uw Hoog Mogende voldaan te hebben enz.

(Was getekend)

Thomas Hope.

P. vak beu Uroick,

Amfteldam den 31 Augustus 1751.

Kort voor dat deze bovenflaande aanmerkingen ter algemeene Staatsvergadering waren overgeleverd, hadden de Bewindhebbers der Westindifche Maatfchappij ter Kamer Zeeland, de Algemeene Staaten ook weder een Vertoog ter hand doen komen, waarin zij op de gronden, door de Hoofdparrcipanteu, te vooren gelegd, hun uitfluitend recht tot de vaart op Hl; 3 es-

Sluiten