Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERICHT, xxvn

haam niet terftond weder na de Kruiziging uit den doode verrezen en alzo in het Paradys overgegaan is, geloof ik niet nodig te heb. hen om te moeten bewyzen; wat was het dierh.ilven anders, dan dat zyne ziele na dat hy den Kruisdood ondergaan zoude hebben, overblyven en terftond met den H. Jefus in het Paradys komen zoude, dus het lichaam op de eene, de ziele op eene andere plaats, maar iets het geene myne ftelling nog veel flerker maakt, is dit, dat ter dier tyd de Joden in het algemeen, voor al die van de fccte derPharifeën van gedagten waren, dat de ziel niet met het lichaam ftierv, maar in het ondcraardsch ryk der dooden overging, waar in zy geloofden, dat een Paradys, een plaats van geneugten by de Grieken de EhTeafche Velden, en een gehenna eene plaats der ftraffe of pyniging, de Tartarus der Grieken, gevonden wierden ; ingevolge van dit algemeen gevoelen der Joden van dien tyd, had dan ook de bekeerde misdaadiger alle redenen om met deeze troostvolle belofte van den H. J. vergenoegt te zyn, nadien dit by hem betekende, dat zodra hy den Kruisdood ondergaan zoude hebben, zyne onfterflyke ziele in het ryk der zaligste genoegens overgaan zoude. Dat de Joden de voortduuring der geesten geloofden , leeren ons duidelyk genoeg, hunne denkbeelden , van de Spooken en van deDcemons of onreine geesten, die na hunne gedagten by de graaven bleeven rond zwerven, en het vermogen h&dden om in den by toeval daar komende levenden , te vaaren, waar door zy alsdan aan dezelve allerlye ongeneeslyke ziekten aanbrag-

ten.

Sluiten