Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jé*. LV. ys. 8 en 9. T?

en te zaligen om niet, van hem niets te vorderen dan het eenvouwig en dankbaar geloof, en. dan, hem voor de eeuwigheid te heiligen en hoogstmogelijk gelukkig te maken —— en op deze wijze teffens alle zijne deugden te voldoen en nieuwen luister bij te zetten, zijn ge2ag en wetten voor het oog van 't heelal op het plegtigst te ftaven, en het kwaad der zonde op de beste wijze te herftellen en tot de hoogfte volkomenheid der wereld dienstbaar te maken! —- Voorwaar deze gedagte Gods'had nooit mensch gedagt, geen leerftclzel van eenigen wijsgeer had haar opgegeven, de grootfte en diepst denkende heiden had er nimmer eene fchaduw van ontdekt: — het was een weg, dien eindeloze wijsheid alleen kon uitdenken, maatloze almagt daarftellen, en onpeilbare liefde ja en Amen maken!

En hoe Verre verfchilden in het bijzonder de gevoelens der Joden wegens • den aart en de uitgeftrektheid van dat aanbiddelijk verlosfings plan, van Jehova's gedagten en wegen! —— hier was het Joodfche plan partijdig en bekrompen en maar al te vleefchelijk. „ Mesfias moest op den eigenlijken ,, throon zijnes Vaders Davids zitten : Hij moest zij■n, nc natie de behcerfcheres der waereld maken, de „ heidenen moesten door haar te ondergebragt wor„ den, wereldfche fchatten. en eerbedieningen zou „ Abrahams zaad onder hem beërven." De besten dagten hier nog bij, „ Hij zou ook vergeving, „ verbetering, en het erf bezit des hemels aan Israël

„ geven." Maar hoe was Gods plan hier ver-

B he-

Sluiten