Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jez. LV. \'s. 8, en 9.

tn werk niet letten. —— Het Joodfche volk- bedagt giet hoe reeds in de vroegfte eeuwen Abrahams zaad ten zegen aller volken was beloofd, hoe menig heilig lied de verst afgelegene natiën zelfs de verzameling tot Mesfias Koningrijk toezei > en dat alle geflagten der heidenen voor Gods aangezigt zouden komen en aanbidden. Deze en andere Goddelijke openbaringen van zijn raad en gedagten verloor het uit het oog, door zijn' verkeerden zin en de daar naaraamgenomene vooroordeelen. En daar van dagt het der Goddelijke ontwerpen met den Mesfias,zoo onwaardig. Zoo doen wij menfchen ook nog. Wij

flaan niet genoeg agt op die goddelijke wenken die pos veel van zijn raad en werk zeggen, die zijn woord, die menig voorbeeld zijner groote plans en daden van ouds af, die menige gebeurenis die wij weten en beleven, menige uitkomst die wij ons kunnen erinneren en op het vervolg toepasfen, ons geven: en daarom zijn wij dikwijls zoo blind in ons qordeel en zoo verkeerd in ons doen. Ziet daar de redenen, waarom Gods gedagten en wegen — en

om dat wij kortziende fchepzelen en om dat

wij dikwijls zulke onopmerkzame fchepzelen zijn —, hoog zijn boven onze gedagten en wegen, gelijk de hemel hoog is boven de aarde!

III.

En nu, mijne vrienden! hope ik, zijt gij oveiv tuigd van deze groote en verhevene waarheid en haare redenen; - en uwe eerbiedige gevoelens va» B 5 Gods.

Sluiten