Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

330 Leerrede over

merk deszelfs, is om geheel de natie Godsdienst- en vaderlandlievend te maken, en de naauwfte banden van verceniging, uit Godsdienftig gevoel, tusfchen alle de bewooners van geheel het land te leggen. Voorwaar, een waardig en edel doel! —als een digtftuk is het lied even voortreffelijk; en uitnemend fchoon uitgevoerd. Alles is geest en leven. Het brengt ons geheel in deszelfs gevoelens. Wij zijn te Jeruzalem tegenwoordig, als wij het leezen, bij den plegtigen toevloed des volks. Wij komen er aan met den tempelganger, wij wandelen daar, wij zien, gevoelen, fpreeken hetzelfde wat daar wel eer gezien, gevoeld, gezegd is, het weet ons, in één woord, geheel te vermeesteren en ons hart mede te rukken Ik zou u dit nader kunnen doen zien en gevoelen, als ik deszelfs inhoud van flap tot flap met u naging; maar dat zou mij te verre doen uitweiden, en met het hoofdoogmerk dezer rede niet flrooken; en daarom zal ik het bij dit algemeen aangemerkte laten berusten, en mij bepalen bij de woorden die ik u uit dit lied heb voorgelezen.

B. Dezen komen voor in het flot van het ftuk, dat de gevoelens meld, waar mede de feestganger na al wat hij te Jcrufalem gezien, gehoord, en on-dervonden had, de hoofdftad van zijn vaderland verliet; en hem tekent, als voor eeuwig verknogt aan die Stad, daar hij zoo veele vrienden en genoegens had aangetroffen, en daar hij de wooningen van Jehova aanfchouwd had (vs. 6 — 9) —- het vorig 8 vers fchetst hem hier bijzonder, als ,, den

„ vriend

Sluiten