is toegevoegd aan uw favorieten.

Dicht en tooneel oeffeningen, door het genootschap Sine labore nihil.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

226 KEES WORM DE GR O O TE,

ZEVENDE BOEK.

De Dichter kan zelve niet begrijpen, wat dit Boel: hier afdoet, en zoude het reeds voor lang afgekeurd hebben, indien de laatfte regel het niet eenigzitis goedmaakte.

Daar daalt ïsmene neer ter hel in haar' gedachten.

„Ach! welk eene uitkomst ftaat mij en mijn Kroost te „wachten,"

Dus fpreckt Zij, „ nu mijn raad niets meer op hem „vermag!...

„o Kind! ontgroeit Gij dus aan 't moederlijk'gezag?...

„Ik heb zorgvuldig (leeds aan hem zijn' zin gcgeeven-

„ En moet ik nu dien hoon tot dankbaarheied beleeven ?

„ Doch waarom fpoorde ik hem niet in zijn ted'rejctigd

.., Tot ed'ler plichten aan ? nu had ik fteun en vreugd';

„ Kon tortsch op de achting zijn , die vast zijn hart door„grievde;

,. Dan waar beland ik nu met mijn te dwaaze liefde?... „ En Gij, die mijne jeugd te kunstig hebt bekoord, In wiens licfkoz'erij mijn' fchatten zijn verfmoord

„Err