Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SPRAAKKONST. 231

ik huil. ik huilde. gehuild. Huilen,

ik kuip. ik kuipte. gekuipt. Kuipen,

ik pruil. ik pruilde. gepruild. Pruilen,

het puilt. het puilde. gepuild. Puilen,

ik ruil. ik ruilde. geruild. Ruilen,

ik ruim. ik ruimde. geruimd. Ruimen,

het ruischt. het ruischte. geruischr. Ruisfehen.

ik fpuit. ik fpuitte. gefpuit. Spuiten,

het fuist. het fuiste. gefuist. Suilen,

ik wuif. ik wuifte. gewuift. Wuiven.

NB. Kluiven maakt Huifde .gekluifd en kloof\,geklooven. — Schuilen maakt fchuilde , gefchuild, en fcbool, gefchoolen. ——

VI. De zesde verandering heeft plaats, wanneer in de Werkwoorden de I van den tégenswoordigen tijd verwisfeld worde in eene O in den voorleeden tijd. Als:

ik bind. ik bond. gebonden. Binden,

ik blink. ik blonk. geblonken. Blinken,

ik ding. ik dong. gedongen. Dingen.

Ik drink. ik dronk. gedronken. Drinken,

ik dwing. ik dwong. gedwongen. Dwingen,

ik glim. ik glom. geglommen. Glimmen,

ik klim. ik klom. geklommen. Klimmen,

ik klink. ik klonk. geklonken. Klinken,

ik krimp. ik kromp. gekrompen. Krimpen,

ik fpin. ik fpon. gefponnen. Spinnen,

ik fpring. ik fprong. gelprongen. Sp ingm.

ik flink. ik ftonk. geflonken. Stinken,

ik vind. ik vond. gevonden. Vinden,

ik win. ik won. gewonnen. Winnen,

ik wind. ik wond. gewonden. Winden,

ik wring. ik wrong. gewrongen. Wringen,

'ik zing. ik zong. gezongen. Zingen,

ik zink. ik zonk. gezonken. Zinken.

VII. De zévende verandering ^efchied in zulke Werkwoorden, die de IE des tégenswoordigen tijds veranderen in OO in den voorleeden tijd. Gelijk in:

ik bedrieg. ik bedroog. bedroogen. Bedriegen, ik bied. ik bood. gebooden. Bieden.

P 4 ik

Sluiten