Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 34 )

fteld, wanneer wij eens eene Republiek worden* dan mogen wij ook onze Pfarheer kiezen, en als hij ons niet langer bevalt, ook wcgjaagen ? Dit beviel hem maar in het geheel niet, en daarom zei hij: gij moogt u wel eenen nieuwen Pfarheer kiezen, maar om hem wegtejaagen, dat gaat 'er zoo niet. Waarom niet? vroeg ik: wanneer Wij Boeren heeren zijn, wie wil ons dat dan beletten? Wel! zei hij, de Overigheid die gij u zelve verkooren hebt. Goed, zeide ik tot hem: maar wanneer wij toch onze Pfarheer wegjaagen, en ons om de Overigheid niet bekommeren ? O! zei de Pfarheêr dan zend men u eene Compagnie Soldaaten in het Dorp^ zoo lang, tot dat gij alles doet, wat de Overigheid hebben wil. — Ik Vroeg hem verder: Soldaaten! — heeft men dan in eene Pvepubliek, ook in een tijd van vreede, Sol* ■daaten? Wel zeer zeker, fprak de Pfarheer; 'er moeten in alle landen Soldaaten zijn, om de fust en de orde te bewaaren, en ook om te beletten, dat geene roverbenden famenrotten, en u om hals brengen , en alles wegneemen.

Dat is nu wel alles goed, lieer Pfarheer! antwoordde ik toen, maar wie heeft dan in eene Republick,, de macht, om over de Soldaaten te be. velen? De Officieren, antwoordde hij: Ha! Ha! fprak ik, en wie bcvceld dan de Officieren? wel' zei de Pfarheer: de Overigheid die gij u zelve Verköozen hebt.

Wel

Sluiten