Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<JK *7

Die Jesus, die, in zegenende taal, Nog aanftonds met ons fprak,zal eenmaal wederkeerenDie Jesus, dien ons hart, aanbiddend, blijft verëerenDie Jesus, onze Troost, en Hoop en Zielsbegeeren, In volle zegepraal! —

Juicht Engten! juicht die Zege en gij, ömenschdom juicht! Tot weikëen' Adeiftand is uw Natuur verheven! Wij zullen eens (dat dit de Seraf tuig'!) Wij, eensdeeze Aarde onwaard, verhemeld, zalig leeven!

Ja, Jesus, Jesus fteeg ten Troon!

Hij toeft heel mensch ons daar waar we eenmaal Hem aan, (ichouwen —

Hij, als Jehova God, (o zaligend betrouwen! )

Ons fchenkt de zegekroon!

Daar, daar aanbidt de Hemel, enkel gloed, Vergode Menschheid aan in aller Englen Koning. Wijk, Aarde! wijk!—mijn God! wat heilbetooning! Wijk, Aarde! ontzink mijn' voet!

Of—zou me aan u iet langer binden? Ik voel niets flerflijks meer! —> — U, Jesus! U, als mensch, aan 's Vaders zij te vinden — Wat zaligheid! wat eer!

ó, Dat,

Sluiten