Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H

GALFN. ("JAN van)

De rust, welke deeze onvermoeide Zeeheld genoodzaakt was te neemen, duurde niet langer dan tot den n Februari] van het Jaar 16+3 ; wordende toen zijne zorge en bekwaambeid vereischt om een rijk gelaaden Sheepsvloot te geleiden. Met zestig Schepen uit Texel in Zee geloopen, komt hij, den j2 Maart, onder het gefchut van Lisbon ten anker, en ver» volgens in de Stad, om aan den Koning zijne Lastbrieven te behandigen In het einde des Jaars , met den Spaanfchen Gezant aan zijn boord, en de Lishonfche Vloot onder de vlag, twara hij in Texel te rug.

Het Jaar 1644 levert weinig (toffe op, wijl het nu bleek, dat de Duinkerkers genoegzaam buiten adem waren. Op den laatften Maij van het Jaar J646, was van galen met de wilde en haan wederom in Z-:e g;flooken, met drie gebuurde Schepen van de O- I. C. om de thuiskomende Schepen af te wagten. Binnen zes dagen geraakten zij in de buishaven van Engeland. Hier nam hij onder de vlag boschkuizln om mede op de O. I Schepen te kruisfen, Boven Faire aUlle ontmoette hij de Indifche Vloot, fterk o Schepen, waar bij zig twee Westindischvaarders gevoegd hadden. Na deeze veilig binnen gebragt te hebben, wendde hij de flevens naar de F> an. fche kust. Binnen weinige dagen kwam hij, met een aanzienlijk aantal Koopvaarders, te rug. Met het begin van het Jaar 1647 werd die togt hervat. Onder St. Marien werd hij eerst van een zwaaren ftorra beloopen, en daar na van een hevige ziekte aangetast. Dan het heil des Lands meerder dan zijn eigen leven achtende, ging hij, hoe ziek ook, weder aan boord, en naderde Hei/and in een hevigen Ilorm, bij zig hebbende 8« Schepen Zo dra het onweder bedaard was, noodzaakte hem het ijs, aan het Eiland IVigt binnen te loopen. Hij overwinterde hier, en zeilde vervolgens naar het Vaderland.

Na een korte tusfehenpoofing van agt weeken , flreefde hij, in 't begin van het J;iar 164S, voorb \ Duinkerken en IVigt, naar Heifant. Door verfcheide ftormen werd hij tusfchen de Hoofden geflingerd, en kwam, met merkelijk gevaar, onder de Sorlings; hier liep een vaartuig voor hun over, daar hij jigt op maakte. De vervolgde deinsde tot digt bij Pak

wouih,

/

Sluiten