Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMERT.

Jaaren 1434 eu 1451» dat de Inwoonderen van Gewert altijd gefiaan hadden onder het Regt van Ingebod der Stad 'j Her togenbosch, die eene der vier Hoofdlieden van Braband was; dat filips de II, ais Hertog van Braband, deeze plaats, ten aanzien van 't Geestelijk Regtsgebied, onder het Bisdom van den Bosch gefield had, zonder dat die van Gewert zig daar tegen verzet hadden; het welke niet zou gefchied zijn, ten ware hem, als Hertog over die Commanderij, eenig Regt toekwam. Ook waren de inaatcn en gewigten altoos te Helmond geijkt, en de Gemertfche Munt, door de liertogen, op en afgefleld.

Hier komt bij, dat filips de goede, Hertog van Bourgondien, als Hertog van Braband, de Heide rondom Geinen (ten bewijze dat die zijn eigendom was geweest) den 6 Julij in het Jaar 1450, aan de Inwoonderen van Gemert verkogt had , met behoud van een Jaarlijkfche Cijns van 50 Grooten Tournois, in erkentenisfe van 's Hertogs Souverainiteit over deeze Heerlijkheid. Hier bij kwam nog, dat alles voldingt, dat de Hertog van Braband dit Gemert ter leen heeft uitgegeeven, voor de eene helft aan de Duitfche Rid> derorde, en de andere helft, aan Jonker dirk van gemert. Doch de nakomelingen van dien dirk van gemekt hebben, den i2i Junij van het Jaar 136Ó, ter oorzaake van eene den Ridders aangedaane mishandeling, hunne helft aan de Orde moeten afflaan, die daar door de geheele Heerlijkheid alleen bekwam. Niets is, egter, klaarder, dan dat een Heer geene goederen ter leen kan of mag uitgeeven, dan die deelen des Lands, over welke hij het Souverein oppergebied heeft; en, dat dus Gemert een gedeelte van Braband zal hebben uitgemaakt. Ook doet het niets ten bewijze, dat de overgave van de helft, door de nazaateu van dirk van cemert, aan de Ridderorde volfirckt heeft konnen komen , wijl de Ridderorde niet meer kon aantrekken dan de Hertog aan dirk had uitgegeeven , fchoon zij beweerde dat haar de eerfle helft reeds te vooren was afgefiaan.

Na lang twistens over en weder, is eindelijk die zaak in het Jaar 1662, door een accoord, vereffend; op deeze wijze : dat H. H. Mog. afltonden van het Regt der opperheer-

fchap-

Sluiten