is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsch woordenboek [...]. Zeventiende(-agttiende) deel. GA-GEY (-GYZ).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GOEDEREEDE.

43?

gemelde Polders blijkt, dat zij eertijds nader aan Zee gelee* gen heeft; waar door de Scheepvaart, volgens de verhaalen, in voorige tijden merkelijk bloeide, en de Stad magtiger en volkrijker was. Volgens eene oude Keur was het zelfs onge. oorloofd, met een wagen in een ftraat of fteeg te vertoeven, of een paard aan een Hoep te binden, ten einde om den doorgang niet te belemmeren.

Goeree was voortijds met fterke muuren omringd; waar van eenige zwaare overblijfzels nog te zien zijn. Van de vijf voorige Poorten, zijn 'er niet meer dan twee, de Mariaen de Hoofdpoort, overig, met een gedeelte der Molenpoort, aan de Westzijde der Stad. De vestingwerken zijn voornamelijk na 't Jaar 1428 in ftaat gebragt, en wel bepaaldelijk in den oorlog met die van Zevenbergen; waar bij de Stad een zwaaren aanval leed, welken de Burgers kloekmoedig doorftonden, en den vijand manlijk afweerden. Tien Jaaren te vooren waren zij door het Krijgsvolk van Hertog jan van Braband aangetast. Na dat de Brabanders Dordregt bemagtigd, en het Land van Westvoorn hadden afgeloopen, werd deeze Stad door hen geplonderd en geheel afgebrand. Door het onagtzaam uitwerpen van eenige heete asch, raakte de Stad, in het Jaar 1482, geheel in brand; door de wakkerheid der Burgeren bleeven de Kerk en 't Gasthuis alleen ongefchonden.

Te gedenkwaardig is de heldendaad der vrouwen vau Goereede, om hier verzweegen te worden. Op den 22 Julij van het Jaar t49o, kwamen Jonker prans van brederode en Heer jan van naaldwyk, met 26 Schepen, voorzien van Krijgsvolk en oorlogstuig, voor de Stad Goeree, terwijl dezelve genoegzaam van Krijgsvolk en Burgerij ontbloot was, alzo de mannen, ter haringvangst, op Zee waren. Zij deeden de Stad opeisfchen, en, na gedaane weigering, beftormen. Hier op begaven zig de vrouwen naar de muuren, weerden de ftormers af met heete pik, teer en brandende hoepen , en volhardden hier in met zo veel kloekmoedigheid, dat de vijanden, na zeven uuren ftormens, niet zonder merklijk verlies, moesten aftrekken. In de Stad was niet meer dan ééne vrouw dood gefchooten. Tot loon voor deeze Ee 4 he'd-