Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geduchte God!— wat vreeslijk Woord! — Gij eischt: — Het fchepzel zal u looven! —

Die pligt is 't die mijn hart bekoort! — Maar: — zal, daarge alles gaat in Heiligheid te boven! —

Daar de Englen zelfs in 't vlekloost licht

Niet, dan met een bedekt gezicht, Zich voor uw' Zetel nederbuigen! —

Een worm, bij zo veel Heerlijkheid,

ö Reine Hemelmajefteit! Onzondig, voor dien Troon zijn' Eerbied u betuigen! —

Dan, — ja, — uw eifchen zijn volmaakt! — Gij wilt, — dat wij dien pligt betrachten! — Hoe Ge ook uw glorie zelf bewaakt,

Gij zult het nedrig hart, — ik weet het, — niet verachten! — Een weemlend ftofje, — een zondig Niet, Daar 't blijken van uw gunst geniet,

Draagt, met de Seraf, 't merk van Goedheiden Vermogen! — Geef dan, — daar 'talles t' zamen werkt, Daar niets die wondre gunst beperkt,

Geef, dat we in Jefus bloed U, op uw' Eisch, verhoogen!

T. van LIMBURG.

Sluiten