is toegevoegd aan je favorieten.

Aanteekeningen, van J. Nomsz, op alle zyne tooneelstukken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

30d B E R I C H T.

genomen, het geval van Lannoy is waarachtig in de gefchiedenis, geen mensch ontkent, dat men Narcisjus, Mondragon en Lizus met meer behagen ziet, dan Lannoy , en dat niet alleen omdat zy grotter mannen zyn, maar tevens omdat zy meer in de Jiukken voorkomen, en du-s van meer belaag by den aahjchouwer zyn, dan Lannoy. Maar waarom behaagt dan evenwel Lannoy ? Omdat eer.e edelmoedige daad altyd de goedkeuring van alle menfehen wegdraagt, gelyk dit eene belooning is die dt deugd door de natuur is toegelegd, en niet alleen omdat 1 annoy die daad doet. Ook heb ik niet gefield, dat Lannoy niet behoorde te beliagen, maar dat hy ,, meer" zou behagen, zo hy van meer belang ware voor syn' meester.

Men gelieve toch vooral in het oog te houden, dat ik myn gevoelen niet opdring als een onfeilbaren regel; maar als eene bedenking, die men kan aannemen, of vei werpen, naardat men myne reden wigtig, of onwigtig vind; dat nuttig te zyn myn eenig afzigt is; en dat ik, omdat oogmerk te bereiken , myzelven nergens ji are, waar ik my behoor geflreng te tyn.

AAN-