is toegevoegd aan uw favorieten.

Zede-spelen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 217

Maria. \V"ic weet wat hy al gedaan heeft?

C a r t l

Gedaan of niet gedaan; daar moet, in zaaken van dien aart, niet ftil gezeten — niet geluierd wor- _ den. Ik wil den ouden man wel te lyve, als vadat niet doen kan of mag.

Maria.

Bedwing u ten minften, om mynen wil, dezen da°- toch ! Morgen fpreeken wy met eikanderen wel1 nader over die zaak. Ik zou niet onder de oogen van moeder durven komen, indien zy wift, dat ik u dit gezeid had.

Carel.

Wat behoeven wy vader of moeder, die ons allerontydigft, als getuigen hunner ontucht en dwaasheid , verwekt hebben , te erkennen ? Zy zullen mogelyk fterven zonder openbaare fchande , maar zo zy, voor dat ze fterven, niet trouwen, dan blyven wy, tot onzen dood toe, de fchandvlekken hunner laage en verachtelyke liefde.

Maria. Hoe oneerbiedig fpreekt gy van ouders, die ons met zo veele liefde hebben opgevoed en nog bejegenen! . . 6 Dat wy toch niet gehoord worden! Carel. Ik geef'er niets om... Wat is liefde zonder eer?

Maria, (bem baar e band toereikende.) Zo gy ooit gezind zyt,my eenigendienfttebewyO 5 z£n>